Roel Van CampMuziekliefhebbers zagen accordeonist Roel Van Camp misschien al op een podium aan het werk met Die Anarchistische Abendunterhaltung of Dez Mona. In zijn stamkroeg op het Kiel vertelt hij vol passie over de magie van de accordeon, het leven als muzikant en de raakpunten tussen optreden en voetballen. Toen ik zes was, zag ik in mijn vaders muziekatelier voor het eerst een accordeon. Dat instrument fascineerde mij, ik begon er meteen op te spelen en ben daarna nooit meer gestopt. Ik beschouw mijn accordeon als een akoestische synthesizer. Andere instrumenten hebben een natuurlijke ontwikkeling doorgemaakt, maar de accordeon is puur vanuit de muziekwetenschap ontworpen met als bedoeling op één instrument een volledig orkest te kunnen nabootsen. Het is dus werkelijk een eenmansorkest, zeg maar, met een veelheid aan klanken en mogelijkheden. Net als een synthesizer. Ik probeer op mijn accordeon te verwoorden wat ik voel. Als een muzikant een noot speelt moet je weten welke emotie hij probeert over te brengen. Ik ben steeds op zoek naar die ene noot, die alles zegt. 15 jaar geleden richtte ik met een paar vrienden een groep op: Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU). Na een tijdje heb ik mijn studie aan het conservatorium stopgezet om me volledig op DAAU toe te leggen. Dat was geen seks, drugs en rock ’n roll hoor, ik was nog een hele brave jongen in die periode. Mijn eerste pint heb ik pas gedronken toen ik 24 was. (lacht) Ondertussen bestaat DAAU nog altijd en zijn we als familie voor elkaar. In 2010 brengen we onze zesde studioplaat uit. Bij DAAU waren we jarenlang volledig op onszelf gefocust. Geen enkel lid speelde daarnaast nog bij een andere groep. Het voordeel was dat wij nooit een concert moesten weigeren omdat een van de muzikanten al een andere opdracht had. Het nadeel is dat je na zoveel jaar een beetje uitgekeken raakt op elkaar. Toen hebben we afgesproken om ook in andere projecten te stappen en zo nieuwe inspiratiebronnen aan te boren. Op die manier ben ik bij Dez Mona terechtgekomen. Het grootste verschil tussen die twee groepen is dat DAAU instrumentale muziek maakt, en dat we daardoor puur met de instrumenten ons verhaal vertellen, terwijl de muziek bij Dez Mona ook een ondersteunende functie heeft – de geweldige stem van zanger Gregory Frateur is daar het belangrijkst. Wat ik bij Dez Mona doe is eerder kleuren en invullen, mee een sfeer creëren waarin zijn stem het best tot uiting komt. Ik ben graag op tournee, zeker in het buitenland. Ik geniet ervan om onderweg te zijn. De lange autoritten en het vaak ellenlange wachten voordat je eindelijk het podium op kunt hebben me geleerd om geduldig te zijn, ik ga daardoor op een bijna filosofische manier om met tijd. Je komt tijdens het touren steeds op de vreemdste plekken terecht en de dag nadien ben je alweer weg. Op een of andere manier spreekt me dat enorm aan, ik blijf niet graag lang op dezelfde plaats. Ik heb iets van een zwerver in me. Rond mijn dertigste overwoog ik om te stoppen met spelen omdat de toekomst onzeker is voor een muzikant. Ik besloot toch door te gaan. Ik was ondertussen vader geworden en wilde liever een arme maar gelukkige papa zijn, dan een met veel poen die thuis chagrijnig rondloopt omdat hij tegen zijn zin gaat werken. Ik ben geboren en getogen op het Kiel en heb hier zelfs mijn stamkroeg: café Atletiek – zelf spreek ik altijd over ’t Atletiekske omdat het er zo klein en gezellig is. Wat het Kiel voor mij verder bijzonder maakt zijn de rust en de parken in de nabijheid. Het enige dat ik mis, is een centraal punt in de wijk, een groot plein of zo. Ik ben een zware Beerschotfan en een voetbalstadion in een woonwijk vind ik een uniek karakter hebben. Voetbal is voor mij trouwens meer dan volksvermaak. Ik zie het, net als muziek, als een uiting van cultuur. Cultuur is iets waarin je volledig kunt opgaan, samen met anderen. Dat kan een optreden van Nick Cave zijn, maar ook een voetbalmatch. Een wedstrijd is eigenlijk een optreden, maar omgekeerd is een optreden ook een wedstrijd. En of je nu muziek speelt of voetbalt, je moet altijd tot het uiterste gaan. Voor jezelf en voor je publiek.
|


