Arbi El Ayachi“Mensen reageren meestal positief op mijn act en komen me na de show soms zeggen dat ze niet wisten dat er zo’n sympathieke Marokkaan bestond. Ik zeg dan dat ik in een labo gekweekt ben. (lacht) Weet je trouwens hoe mijn show opent? Met deze zin: ‘Tot mijn zestiende dacht ik dat mijn voornaam makak was, omdat het op straat zo vaak naar me werd geroepen.’ Is dat humor? Volgens sommigen niet misschien, maar ik wil mijn publiek ook iets geven om over na te denken.” Dames en heren, graag een warm applaus voor Arbi El Ayachi! U kent Arbi misschien wel zonder het zelf te beseffen. Hij stond al op de Nova-stage van TeKiel-A 2009 en was begin mei van dit jaar presentator op ons Nesfeest. “Ik ben geboren en getogen in Berchem. Ik studeerde digitale communicatie in Nederland. Nadien heb ik daar nog vier jaar gewerkt, voor een bedrijf dat zich bezighield met performancemanagement. Het was een leuke tijd, soms overweeg ik er opnieuw te gaan wonen, maar weet je wat me tegenhoudt? De vele regeltjes die je in Nederland tot in detail moet volgen. Wie er een huis wil kopen moet bij voorbeeld eerst een tijd op een wachtlijst staan, ook al heb je voldoende geld. Dat is toch absurd?” “Ik woon nu in een van de Silvertopblokken, aan de rand van het Kiel, maar als ik indruk wil maken op mensen zeg ik dat ze nog bij het Zuid horen.” (lacht) “Grapje, ik voel me veel meer verbonden met het Kiel dan met het Zuid. De grote troef van het Kiel is dat we hier de bullshitfase voorbij zijn. Als je bijvoorbeeld rondloopt op het Zuid, dan merk je dat mensen zichzelf er nog dingen wijsmaken; ze noemen Antwerpen een gezellige, multiculturele stad maar negeren volledig het feit dat er ook problemen bestaan tussen de verschillende gemeenschappen, die opgelost moeten raken. Daar stoor ik mij aan. Men leeft er in een fantasiewereld terwijl het er op het Kiel realistischer aan toe gaat. Daardoor verwacht ik dat de problemen hier sneller opgelost zullen geraken. Als ik me in mijn buurt aan iets erger, bijvoorbeeld zwerfvuil, dan spreek ik mensen daar op aan. Door te praten komen we er meestal uit en zo ontstaat een relatie, een startpunt van waaruit wij samen verder kunnen. Dat vind ik belangrijk. Zoiets heb je niet op het Zuid.” “Ik ben heel toevallig in de wereld van de comedy gerold. Twee jaar geleden wilde ik op het Kiel een comedy-avond organiseren. Zo kwam ik in contact met Mohamed Benhaddou van cc De Kern, die mee Get Up, Stand Up! organiseerde, een initiatief van de Antwerpse cultuurcentra dat kansen geeft aan nieuw comedytalent. Je moest auditie doen en kon daarna een workshop volgen bij Alex Agnew, Thomas Smith, Nigel Williams... Men vroeg me waarom ik zelf niet meedeed. Ik dacht: waarom niet? Als het tegenvalt houd ik er sowieso een mooi netwerk van comedians aan over. Aan het einde van de workshop zei men dat ik talent had. Toen ging er een nieuwe wereld voor me open.” “Ik had me voorheen nooit op artistieke wijze geuit, ik dacht dat je in het leven moest werken, een huis kopen en kinderen krijgen. Maar na die workshops kreeg ik de microbe te pakken en besefte ik dat dit echt iets voor mij was. Terugblikkend op mijn jeugd besefte ik toen pas dat comedy altijd al belangrijk voor mij was geweest. Als kind bleef ik tot ’s nachts op om een show van Richard Pryor te zien. Ik had ook cassettes van Chris Rock en andere comedians. Humor was er altijd al, maar pas de laatste twee jaar ben ik het als een vak gaan zien.” Alex Agnew, Thomas Smith en Nigel Williams hebben allochtone, Britse wortels. Ik denk dat Vlamingen soms moeite hebben met humor, wij schijnen te denken dat er ons misschien iets zal overkomen als we te hard lachen. Ik merk ook dat ik altijd extra moeite moet doen om een Vlaams publiek mee te krijgen, maar anderzijds: eens ze enthousiast zijn, kun je je heel veel permitteren. Comedy is een kwestie van relativeren, terwijl ik soms het gevoel heb dat wij Vlamingen te realistisch zijn; we vallen snel terug in de realiteit. Misschien houden we daarom zoveel van allochtone comedians zoals Nigel Williams, met zijn fuck off-mentaliteit en zijn punkhouding” “Mijn ouders zijn Berbers uit Marokko. Daar zou ik ooit graag een keer optreden maar ik vrees dat ik de nuances en de Marokkaanse manier van humor brengen niet genoeg beheers. Dat heeft meer te maken met de verfijnde taal dan met cultuur. Ik geef altijd het voorbeeld van de leeuw: in het Arabisch heb je 21 woorden voor ‘leeuw’, dat geeft dat je op een heel subtiele manier met taal kunt omgaan. Marokkaanse humor is ook heel dubbelzinnig. Als je het koningshuis wil aanvallen doe je dat via een omweg en praat je bijvoorbeeld over een burgemeester of iemand anders die het regime vertegenwoordigt en zo eigenlijk model staat voor de staat. Iedereen zal weten dat je het over de koning hebt, zonder dat je hem bij naam noemt.” “Ik ben heel zelfkritisch en stel me altijd de vraag wat mijn plek is in mijn omgeving en welke invloed ik er op uitoefen. Ik merk dat ik vaak verwonderd ben en mezelf zie als een soort Calimero: zij zijn groot en ik ben klein. Ik ben iemand die schijnbaar altijd struikelt over dingen die anderen net heel makkelijk af lijken te gaan. Dat gebruik ik op het podium.” “Ik merk dat er veel zwarte comedians zijn naar wie ik opkijk, wellicht omwille van hun idealen en hun energie. De niet-gewelddadige manier om dingen te veranderen spreek mij erg aan. Anderzijds merk ik dat blanke comedians mij heel erg inspireren op technisch vlak. Blanken zijn meer stielmannen, die perfect weten hoe ze een joke moeten opbouwen, zwarten werken meer met emoties. Neem nu Nigel Williams, die ik altijd de Godfather van Vlaamse comedy noem. Hij is heel oprecht, iemand die me heel erg inspireert. Thomas Smith was ook een grote invloed, ik vind hem erg onderschat.” “In Nederland zijn er meer Marokkaanse en andere allochtone comedians. Dat proces is al heel lang bezig. Hoe dat komt? Misschien om ze in Nederland werken met quota: ze willen dat wat je op tv ziet een weerspiegeling is van de maatschappij. Anderzijds merk ik dat er nij ons een inhaalbeweging is en terwijl het in Nederland tien jaar duurt om een bepaald niveau te halen en status te verwerven, doen allochtone Belgen dat op twee of drie jaar. Toch moeten we soms nog tegen vooroordelen opboksen. Gisteren was ik uitgenodigd voor een casting van Woestijnvis. Het leek me een geweldige kans, maar uiteindelijk bleek het weer om oude clichés te draaien: ik moest met een Marokkaans accent spreken, een dief spelen – dat soort dingen. Dat werkt soms heel ontmoedigend.” Samen met vijf andere comedians heb ik het collectief Hakim’s of Comedy opgericht. De Hakim uit onze naam is een filosoof, dokter en wijsgeer. Hij is gebaseerd op een figuur uit populaire Egyptische films uit de jaren vijftig. In die films had je naast een held ook steeds een grappige sidekick met een fez. Een beetje vergelijkbaar met Dean Martin en Jerry Lewis vroeger. Onze naam is ook een woordspeling op ‘the kings of comedy’. Daarnaast betekent Hakim in het Arabisch ‘dokter’. En dat sluit aan bij wat wij willen: met humor en filosofie de maatschappij beter maken en genezen.” Hakim’s of Comedy spelen op zaterdag 11 december een try-out in Nova. Interview: Andy Fierens |


